Kinderen hebben hele andere associaties bij het horen van de naam Piet Post dan organisten, is de ervaring van Rien Donkersloot. ‘Bij de voorbereiding van dit concert lag het boek met orgelmuziek van Piet Post bij ons thuis op de keukentafel. Een van mijn dochters was geïnteresseerd bij het lezen van de naam op de voorkant. Ze was al snel teleurgesteld, want het ging niet over haar favoriete tekenfilmfiguurtje met zijn rode autootje.’

Organisten denken aan de organist Piet Post (1919-1979) uit Leeuwarden en de bezoekers van het – ook via YouTube te volgen – orgelconcert van woensdagavond 19 augustus hoogstwaarschijnlijk ook. Rien Donkersloot speelde na het vertellen van de anekdote op het koororgel vier deeltjes uit ‘Tien Improvisaties over Oud-Nederlandse Volksliederen. Frisse moderne klanken, waarbij de melodieën duidelijk te horen zijn. ‘Al kun je je afvragen; wie kent ze nog?’, vroeg hij zich af. Mooie titels van de liederen: Het waren twee koningskinderen; Slaat op den trommele; Het viel eens hemels douwe; Die mei plesant.

De werkjes van Post zijn het op een na laatste onderdeel van het concert op 19 augustus 2020. Dat concert – door Gerben Mourik en Rien Donkersloot – begon om half negen met een kort Preludium van de Duitser Johan Christian Kittel. Het eerste werk dat Gerben Mourik (organist in Oudewater en Klundert) vervolgens speelde kwam ook uit Duitsland, namelijk de Phantasie und Fugue op. 19 van Ernst Friedrich Richter. Mourik onthulde dat bij alle literatuur die hij voor vanavond had uitgekozen een verband met Amersfoort bestond.

Dus ook bij Richter?

Ja!

Richter droeg dit muziekstuk op aan Jan Albert van Eyken, die evenals zijn vader organist van de Sint-Joriskerk was. Bij de andere stukken die hij speelde was het verband met Amersfoort duidelijker. Jan J. van den Berg (1929-2020) is geboren en getogen in de Keistad en was er enige tijd organist. Hij is er ook begraven. Van hem speelde Mourik ‘het enige werk van Van den Berg met een pedaalsolo’, de Toccata over Psalm 100. Adriaan C. Schuurman was van 1942 tot 1950 organist van de Joriskerk. Hij schreef zijn bewerking van Psalm 73 naar aanleiding van het overlijden van zijn zus. ‘Hij had daarbij het vers in gedachten dat gaat over de heerlijkheid. Dat hoor je vooral aan het slot, waar de laatste regel wordt herhaald in extatische ritmes. Maar wel heel verstild’, lichtte Gerben Mourik toe. Leuk is, dat hij van te voren ook vertelt hoe lang het stuk gaat duren: een kwartier. Bij het beluisteren van muziek die je als concertganger niet kent, is dat fijn om te weten. Misschien een idee om om de geschatte speeltijd op het programmablad te melden?

Gerben Mourik, organist van de Grote Kerk van Oudewater, zette tevens muziek op de lessenaar van Herman van Vliet (1941-2018) , die eveneens organist in Oudewater was, en daarna ook van de Joriskerk. Het gebeurt niet vaak dat er tijdens de orgelconcerten in de Joriskerk ‘Hollandse koraalkunst’ klinkt. Van Vliets bewerking van Psalm 17 is ambachtelijk gemaakt en is niet voorspelbaar. Mooie harmonische vondsten klinken met als registratie de hoofdwerk-Cornet, in een bedje van fluiten 8’-4’-3’ met tremulant.

Mourik en Donkersloot staan bekend als improvisators. Ze bedienen daarbij de registers zelf. Dat neemt niet weg dat de registranten Koen van Andel en Luuk Schuurman het niet druk hebben. Ze hebben erg veel te doen, vooral bij het stuk van Richter en de Fantasia and Toccata van Engelsman Charles Villiers Stanford, een kleurrijk stuk met een kathedraal slotakkoord.

In de kerk was het woensdagavond lekker warm, volgens Rien Donkersloot zelfs 28 graden. Desondanks stonden de orgels er goed gestemd bij. ‘Vorige zomer was het hier nog twee graden warmer’, zegt hij terwijl voor het concert de bezoekers binnenkomen. Heel wat concertgangers komen vroeg – meer dan een half uur voor aanvang – om een kop koffie te nemen en met andere bezoekers bij te praten. Ze komen vanavond niet alleen uit Amersfoort, maar bijvoorbeeld ook uit Kampen, Putten, Dordrecht en de ook de vaste beroepsorgelconcertbezoeker uit Haarlem was er.

Rien Donkersloot improviseerde in barokstijl op het koororgel over het lied ‘Liebster Jesu, wir sind hier’, waarbij de fraaie combinatie Gedackt 8’ met als uitkomende stem de Quintade 16’ (een octaaf hoger gespeeld) opviel. Meteen daarna hield Gerben Mourik woord: hij bleef in Amersfoortse connecties denken, door over hetzelfde lied te gaan improviseren. Maar wel totaal anders, in een moderne stijl en zeer verstild: zweldeuren dicht en de Gedackt 8’. Luider dan fluiten 8’-4’ werd het niet.

Mourik sluit het concert af op het hoofdorgel met een improvisatie over het lied ‘ ‘k Wil U, o God, mijn dank betalen’, in 19e-eeuw idioom, maar niet met de traagheid van Samuel de Lange of Johannes Gijsbertus Bastiaans, zoals hij zelf na afloop van het concert constateerde. [Peter Sneep]