Verslag van concert in de Sint-Joriskerk door Bert den Hertog en Rien Donkersloot

Een concertbezoeker staat er misschien niet bij stil, maar een uurtje voor aanvang van een orgelconcert is het in de Joriskerk druk. Zo ook vanavond, 22 juli 2020. Jorisorganist Rien Donkersloot is bezig de tongwerken van het koororgel te stemmen: het geluid van de lage tonen van de Dulzian 8’ knorren over het doksaal de kerkruimte in.

Ondertussen zit Bert den Hertog droog te oefenen achter het hoofdorgel. Om zijn stemmende collega niet te storen, heeft hij geen registers opengezet. Het klinkt alsof iemand in de ingewanden van het Naber-orgel zit te typen. Hij speelt de muziek van Händel nog even door, vertelt hij. Want je kunt uit het geratel niet opmaken welk stuk hij onder handen heeft.

Het concert is toegankelijk voor honderd bezoekers. Overige belangstellenden kunnen meekijken en luisteren via YouTube. Opnameman en geluidstechnicus Eduard van Maanen heeft alle snoeren en kabels door de kerk gelegd. Het lijkt erop dat de microfoons en camera’s en de beeldschermen in de kerk staan te popelen om aan het werk te gaan. Maar Eduard zit even uit te blazen in de koffiehoek en checkt zijn telefoon. In de keuken zet Johan van der Steen twee kannen verse koffie en schenkt de eerste bekers in voor zijn mede-commissieleden. De registranten van Rien Donkersloot en Bert den Hertog ordenen hun aantekeningen.

Rien Donkersloot is klaar met stemmen. Bert den Hertog komt van het hoofdorgel naar beneden. Hij wenkt zijn registrante en tevens echtgenote Anna. ‘Wil je even twee maten van Bach voorspelen? De muziek staat voor je klaar op de lessenaar. Ik wil even in de kerk luisteren of er een van de twee prestanten 8’ uit kan.’

Om een paar minuten voor acht doet commissievoorzitter Bert van Bezooijen de grote toegangsdeur van de kerk open. Maar eerst controleert hij nog even het pinapparaat en legt hij de lijst met daarop de namen van de aangemelde concertbezoekers klaar. De geldkist staat uitnodigend open.

Een paar mensen komen al binnen. Een van hen verexcuseert zich, min of meer. ‘Ik dacht dat het concert om acht uur begon, maar het is half negen. Daarom ben ik zo vroeg.’ Hij is blij dat er koffie is. Gratis koffie. Dat is nieuw, dit orgelseizoen in de Joriskerk. Zoals altijd zijn er veel stamgasten en beroepsorgelliefhebbers. Een van hen is per motor uit de stad Kampen gekomen.

Steeds meer bezoekers komen binnen. Ze houden allemaal ontspannen de anderhalve meterregel aan en wachten rustig hun beurt af bij Berts pinautomaat. Bezoekers die zich niet hebben aangemeld noteren welwillend hun naam. Tegen half negen komen de laatste mensen binnen. Johan van der Steen komt melden dat hij zijn twee kannen koffie heeft leeggeschonken. ‘In totaal 34 kopjes’, vertelt hij glunderend. Een orgelconcert is ook een ontmoetingsplek, vindt de commissie en die wil dat graag faciliteren.

Bert den Hertog opent het concert op het koororgel met delen uit Handels ‘Suite in G’.  – nu wel met de registers open. En nu we het over registers hebben: Den Hertog brengt veel klankschakeringen aan. De registranten hebben het druk. Duidelijk hoorbaar toont de organist zich een bewonderaar van de Franse organist Jean Guillou.

Den Hertog heeft zijn collega Rien Donkersloot gevraagd om eigentijds te improviseren. En dat doet hij ook, grotendeels in sobere klanken. Zijn thema is de eeuwenoude melodie van de avondzang: Christe qui lux es et dies.

De sfeer is daarmee gezet, constateert Den Hertog, ondertussen achter het hoofdorgel aangekomen. ‘Vanaf nu vormen koralen de ondertoon van het programma’, vertelt hij voordat hij ‘Wir glauben all’ an einen Gott, a 2 clav. et doppio pedale’, BWV 740 ‘ van Bach of van Krebs’ gaat spelen. De viervoets fluit uit 1551 van Cornelis Gerrits – met tremulant – schept grote vrede in de kerk. Orgelpijpen van 469 jaar oud! Toen ze gemaakt werden waren Bach en Krebs nog lang niet geboren.

Muziek van Olivier Messiaen (1908-1992) klinkt niet vaak in de Joriskerk. ‘Je vindt het mooi of lelijk’, weet ook Den Hertog, ‘daarom speel ik een kort stuk van nog geen drie minuten’. Net als het vorige stuk een geloofsbelijdenis, ‘Acte de foi’ uit het ‘Livre du Saint Sacrement’.

Rien Donkersloot heeft ook een waarschuwing voor de concertgangers. ‘Ad nos’ van Franz Liszt is een lang stuk. U mag het timen, het duurt vaak meer dan een half uur. Bert den Hertog neemt de uitdaging aan en deelt na het stuk mee: Dertig minuten en 47 seconden.

Den Hertog sluit het concert af met de ‘Sonata da Chiesa’ uit 1961 van Marius Monnikendam (1896-1977). Moderne muziek, die Monnikendam opdroeg aan Feike Asma. ‘U hoort frisse geluidjes en vooral het laatste deel, het Choral is een gek stuk. Een knotsgek stuk met grote contrasten, een militaire kapel, vogelgeluiden en een carillon.

Het concert is rond 22:00 uur afgelopen. Er wordt nog heel wat nagepraat. Een oudere meneer ‘uit het westen van het land’ bekent dat hij niet wist dat het koororgel was uitgebreid. ‘Ik wist niet wat ik hoorde! Er klonk een tertsregister dat er bij mijn weten helemaal niet op zat.’ Hij hoeft niet helemaal terug naar het westen. ‘Vroeger kwam ik hier wel vaker. We zijn hier in de buurt met vakantie. Het was een mooie gelegenheid om de orgels weer eens te horen.’

Het volgende concert in de Sint-Joriskerk is op 5 augustus. Dan spelen Bas de Vroome (Delft) en Rien Donkersloot muziek van Bach.